Dochter Loes (22 jaar) heeft zich tot de rechtbank gewend, omdat zij wil dat haar moeder (50 jaar) door de rechtbank wordt ontheven van haar taak als beschermingsbewindvoerder van broer Freek (20 jaar).

<lees meer>
Loes is eveneens beschermingsbewindvoerder van Freek. Freek was bij de betreffende rechtszitting aanwezig en heeft gehoord welke negatieve dingen de advocaat van Loes tijdens de zitting over moeder vertelde. Freek is hierover erg boos op Loes. De rechter heeft mediation geadviseerd.
Freek heeft een verstandelijke beperking en is autistisch. Loes heeft van de zorgleners van Freek gehoord dat er veel conflicten zijn tussen de zorgverleners en moeder en dat moeder activiteiten van Freek stopzet die Freek volgens Loes juist leuk vindt. Dit was voor Loes de reden om de rechtbank te verzoeken om haar moeder als beschermingsbewindvoerder te ontslaan.
Moeder Joke heeft Loes zelf als tweede bewindvoerder gevraagd toen Loes achttien jaar werd. Joke wil graag dat het beschermingsbewind over Freek in ‘haar geest’ wordt voortgezet wanneer zij in de toekomst dit niet meer zelf kan.
De ouders van Loes en Freek zijn gescheiden toen Loes zes jaar was. Freek woont permanent bij zijn moeder. Hij heeft geen contact meer met zijn vader vanwege ‘de klappen die hij aan zijn moeder gaf’. Moeder Joke heeft een nieuwe relatie met Piet, waarmee zij niet samenwoont. Loes is een jaar geleden door moeder het huis uitgezet na een ruzie tussen Piet en Loes. Loes woont nu bij haar vader en zijn nieuwe partner.
Tijdens de mediationgesprekken blijkt dat moeder Joke Loes al vanaf jonge leeftijd heeft betrokken bij de verzorging van Freek. Dit was volgens moeder noodzakelijk, gezien de intensiviteit van de voor Freek benodigde zorg en de afwezigheid van vader. Loes voelt zich verantwoordelijk voor Freek en is door moeder destijds uit haar kindpositie gehaald en op gelijke voet naast moeder geplaatst. Hierdoor heeft Loes, in haar beleving, te weinig kind kunnen zijn en accepteert zij geen autoriteit van haar moeder. Moeder heeft dit ook kunnen erkennen. Moeder heeft Loes haar kant van het verhaal kunnen vertellen over de kwesties met de zorgverleners en het stopzetten van bepaalde activiteiten van Freek.
De mediator heeft tijdens de gesprekken de vraag gesteld of de ‘verschillen van inzicht’ omtrent de uitvoering van het beschermingsbewind van Freek, de moeder-dochterrelatie beïnvloedde. Loes en Joke kwamen tot de conclusie dat dit zo was én dat ze dat eigenlijk niet wilden. Vervolgens zijn alle mogelijke oplossingen op een rij gezet en zijn van alle voorstellen de voor- en nadelen benoemd.
Freek wilde graag dat moeder zijn beschermingsbewindvoerder bleef en accepteerde Loes in deze rol niet meer. Dit bleek tijdens een mediationgesprek waarbij Freek ook aanwezig was. Loes wilde graag onbekommerd van haar leven genieten en toch graag bij de zorg van haar broer betrokken blijven door samen leuke dingen te doen. Freek vond dat goed. Partijen kwamen overeen dat één van de huidige zorgverleners van Freek, waarin zowel Joke als Loes als Freek vertrouwen hadden, het beschermingsbewindvoerderschap van Loes overnam.