Eind goed, al goed

Jeanette* en Jaïro* waren door de rechtbank naar mij gestuurd. Hun scheiding was vervelend gestart. Video-opnames, die door Jeanette waren gemaakt, moesten bewijzen dat hij toch echt met andere vrouwen flirtte.

<lees meer>
Ieder was apart naar een advocaat gestapt, maar ook bij de rechter kwamen de advocaten er niet uit en de rechter wilde ook geen oordeel vellen over de toekomst van het prachtige dochtertje dat ze samen hadden.

Het probleem was eigenlijk al ontstaan bij de geboorte van Suzette*. Jaïro had het kind erkend voor de geboorte, maar had na haar geboorte geen gezag aan gevraagd. Hij had er gewoon niet aan gedacht. Toen de ruzies tussen de twee opliepen, wilde Jeanette liever niet meer dat Suzette onder het gezag van vader zou vallen. Iedereen kende toch de verhalen van kinderen die ontvoerd werden, dus de angst zat er goed in. Jaïro had absoluut geen plannen in die richting, maar had wel het diepe verlangen om meer dan een weekendvader te worden. Hij was niet voor niets na de geboorte van Suzette 4 dagen in de week gaan werken.

Bij het eerste gesprek heb ik gevraagd een foto van Suzette mee te nemen. Wat een dotje. We hebben haar met zijn drieën bewonderd en het gehad over haar recente ontwikkelingen.
En we hadden er daarna niet meer dan twee gesprekken voor nodig. Natuurlijk begreep Jeanette dat Jaïro zijn dochter niet zo lang wilde missen en dat hij een goede vader was, had ze al drie jaar gezien. Haar angst voor een ‘ontvoering’ kon Jaïro zich nauwelijks voorstellen, maar als hij zijn dochter drie dagen in de week mee mocht opvoeden vond hij het geen probleem om voorlopig van het gezag af te zien. Het tweede gesprek werd de vaststellingsoverkomst al getekend.

Een jaar later kwamen ze nog een keer langs, nu was ook Suzette erbij. Er moest nog gesproken worden over de aanpassing van de kinderalimentatie. Ik zag een stralende Jeanette die ongeveer vijf maanden zwanger van haar nieuwe partner was. Maar er was ook een stralende Jaïro. Dus ik vroeg hem: “Wat zie ik aan je?” Hij antwoordde stralend: ““Dit wordt wel het broertje of zusje van mijn dochtertje hoor.” Twee stralende ouders die elkaar opnieuw het geluk gunnen. Ja, daar doe ik het voor.

*De namen van de personen en plaats zijn gefingeerd.