Eberhard van der Laan Mediation Award 2020 naar SER-voorzitter Mariëtte Hamer

SER-voorzitter Mariëtte Hamer heeft de Eberhard van der Laan Mediation Award 2020 ontvangen. Dat is vanmiddag bekend gemaakt tijdens het online event ‘Overheid’ van de Nederlandse Mediatorsvereniging (NMv), dat ter gelegenheid van de Week van de Mediation (19 t/m 23 oktober) werd georganiseerd. Zij heeft als SER-voorzitter de pensioenonderhandelingen vlotgetrokken, tussen overheid en bedrijfsleven. Hamer noemde het tijdens de uitreiking een grote eer om de award in ontvangst te mogen nemen. Daarnaast sprak zij met de voorzitter van de NMv over haar werkzaamheden.

SER-voorzitter Mariëtte Hamer is een strategische- en aanhoudende verbinder. Onderhandelen, met het oog op het vormen van verbinding is de rode draad in haar loopbaan. Bij uitstek is zij in staat mensen bij elkaar te brengen. Hamer kan goed inschatten wat in een proces gebeurt en weet daar meteen op in te springen. Haar drijfveer is om eenieder beter op de arbeidsmarkt en in de samenleving te laten participeren.

Direct bij haar aantreden als voorzitter van de SER heeft zij het initiatief genomen tot de oprichting van het SER-Jongerenplatform. Bij het uitbreken van de coronacrisis riep ze de ‘knappe koppen’ van Nederland bij elkaar in de Denktank Coronacrisis, om het kabinet te voorzien van breedgedragen adviezen. Andere mijlpalen die zij realiseerde zijn het Pensioenakkoord en het SER-advies Diversiteit in de top, tijd voor versnelling, dat integraal door het kabinet werd overgenomen.

De Eberhard van der Laan Mediation Award geldt als de opvolger van de NMv Mediation Impact Award en is vernoemd naar de eerste winnaar. De in 2017 overleden oud-burgemeester van Amsterdam geldt als een van de grondleggers van mediation in Nederland. Zo liet hij als burgemeester honderden ambtenaren trainen in mediationvaardigheden. Met het uitreiken van deze award wil de NMv bijzondere aandacht schenken aan mensen die door hun optreden en persoonlijkheid een verbindende rol in de samenleving spelen.

Bemiddelen ten tijde van conflict betekent allereerst het verbinden van mensen en aandacht hebben voor emoties en de verschillende belangen. Komen tot de ‘menselijke maat’ is de start waarna ruimte gegeven kan worden aan de verschillende ideeën en gezamenlijke oplossingen; zo zegt de voorzitter van de NMv, Julia Gerlach.

Overheid en mediation

Deel 2

Jos van de Vijver, mediator in de bouw

Jos van de Vijver is bouwadvocaat en mediator in de bouw. Hij volgde de hts omdat hij geïnteresseerd is in de technische kant van bouwen, door zijn eerste stage raakte hij ook geïnteresseerd voor de regels daar om heen. Hij volgde daarom ook nog de studie rechten, werd advocaat en vervolgens bedrijfsjurist. Als bedrijfsjurist stond hij aan de wieg van het NMI (nu MfN) en zag de voordelen van mediation. Hij keerde weer terug naar de advocatuur en heeft nu zijn eigen kantoor als bouw advocaat én mediator in de bouw.  Hij doet mediations waar de overheid en marktpartijen bij betrokken zijn.  Ik heb met hem een gesprek over hoe deze partijen van elkaar verschillen en hij vertelt waarom mediation doorgaans een betere keus is dan het voeren van een procedure.

Het thema van de Week van de mediation is “Overheid en mediation”. Is een mediation waarbij de overheid partij is anders dan een mediation tussen marktpartijen?

“De overheid is soms een Januskop. Aan de ene kant vinden ze dat partijen niet steeds het gevecht moeten aangaan. Daarbij heeft de overheid een voorbeeld functie. Maar, als ze zelf in die positie terecht komen dan gedragen ze zich soms niet als een partij die er via mediation uit wil komen. Dan wordt terug gegrepen op de regeltjes. Dat kun je de bestuurders/de ambtenaren niet altijd verwijten. Ze weten zich gebonden aan allerlei regels. Marktpartijen kunnen sneller beslissen, zij leggen alleen verantwoording af aan zichzelf of aan hun aandeelhouders. Daarbij heeft de overheid altijd te maken met de politieke achterban. Die politieke achterban is bij provincies en gemeenten prominent aanwezig, bij Rijkswaterstaat en Pro Rail minder prominent. Ook speelt de vraag of het rechtmatig en doelmatig is altijd mee. Wordt het geld doelmatig uitgegeven? Rechtmatig, is er sprake van staatssteun, strijd met aanbestedingsrecht? Dat vasthouden aan regels kan knellen met de essentie van mediation. Bij mediation kijk je niet alleen naar het recht, je kijkt ruimer, je vergroot de taart.”

De gebondenheid aan regels die je noemde, hoe kijk je daar als advocaat en mediator tegenaan?

”Recht is niet van God gegeven, dat hebben we zelf bedacht. Het is een poging om in de chaos structuur te brengen. Maar, naar elke regel moet je genuanceerd kijken. Hoe pakt het uit in een bepaalde situatie. Natuurlijk heb je de rechtszekerheid en het gelijkheidsbeginsel maar je moet toch altijd weer naar de situatie kijken. Is deze regel bedoeld om dit niet mogelijk te maken.”

Gebondenheid aan regels, de politiek, dat kan bij een marktpartij tot irritatie leiden

“Ik zeg vaak tegen marktpartijen dat ik de irritatie en de frustratie begrijp maar dat zij met deze overheid in zee zijn gegaan. Als je het allemaal oneerlijk vindt, doe dan alleen zaken met marktpartijen: een man een man een woord een woord, klap erop. Tegelijkertijd zeg ik ook tegen de overheidspartij dat zij moet probeer niet al teveel de letterknecht te zijn. Beide partijen moeten de ruimte zoeken. Bij meer- en minderwerk is de gemeentelijke ambtenaar best in staat om vast te stellen wat reëel is en wat toegekend kan worden. Daar kan de ambtenaar een beslissing over nemen, de politiek heeft hij daarbij niet nodig. Het is mijn taak als mediator om de ambtenaren daarop bevragen. Ik stel open vragen die het denkproces verdiepen. Ik doe interventies om partijen in een denkmodus te brengen. Waar zit de ruimte om te bewegen? Bij marktpartijen is het de frustratie dat, als ze overeenstemming hebben bereikt, denken dat het conflict is afgerond. Ze beseffen niet dat de overheid door het politieke element een gespleten persoonlijkheid is, een soort dr Jekyll en mr Hyde. Dat vind ik juist leuk.”

Hoe pak je het als mediator aan?

“Mijn stijl is dat ik pro actief ben. Soms zijn partijen onderzoek moe omdat het proces al zo lang duurt. Dan neem ik partijen apart en probeer te coachen. Ik spiegel hun gedrag en laat ze zien wat het voor effect op de andere partij heeft. Ik heb in een mediation ook weleens een niet-bindend advies ingelast. Bijvoorbeeld als feitelijk moet worden vastgesteld of iets in het bestek zit of niet. Daar liet ik een derde een beslissing over nemen toen partijen er zelf niet uitkwamen. Ik had een korte procedure omschrijving gemaakt waar partijen mee instemden. Zo konden ze in de procedure vertellen waarom ze A of B vonden. De niet-bindend adviseur heeft toen een mondelinge behandeling gehouden en gezegd je hebt met A gelijk maar, je moet het wel bewijzen. Dat gaf voor beide partijen duidelijkheid.” Later in het interview vult Jos dit nog aan: “Ik ben ervan overtuigd dat de kosten die je in een mediation maakt en de tijd die je erin steekt om informatie te toetsen en inzicht te krijgen waardevol zijn om je eigen verhaal goed te krijgen. Die investering is nooit weggegooid. Het leidt uiteindelijk ook tot een betere lijn in een mogelijke procedure, je weet welke argumenten je moet aanvoeren.“

Tijdens het gesprek komt Jos tot een mooie beschrijving over beeldvorming.

Jos: ”Iedere beroepsgroep heeft een beeld: ambtenaren zijn saai, aannemers zijn foute jongens. Leg dat naast je neer. Iedereen wil tot een oplossing komen. Als een mediation goed gaat dan zie je ook dat partijen elkaar respecteren en over die beeldvorming heen stappen. Er ontstaat begrip voor elkaars positie. Ik had ooit aan de mediationtafel een wethouder die zelf ondernemer was geweest, die begreep de andere partij. Dan heb je een heel ander gesprek dan met een wethouder met alleen een politieke achtergrond. Marktpartijen die naast hun bedrijf fractie voorzitter zijn hebben ook eerder begrip voor de situatie waar de andere partij mee zit. Over het algemeen kom je er dan makkelijker uit. Ze weten van elkaar waar ze mee thuis moeten komen en denken mee. Het heeft allemaal met mensen te maken. Niemand is tegen een gesprek maar “The proof is in the eating of the pudding”. Als het daadwerkelijk tot een gesprek moet komen dan moeten er mensen zitten die het ook willen oplossen.”

Ook over verschillende werkelijkheden heeft Jos een mooie bespiegeling.

“Je leert als bestuurder/directie tijdens de mediation veel beter wat er gebeurd is. De projectteams hebben met elkaar gevochten en de bestuurder/directie krijgt alleen maar de werkelijkheid te horen die hun eigen mensen vertellen. Dat is een eenzijdig verhaal. Als zij hun verhaal vertellen aan de advocaat of de bedrijfsjurist dan vertaalt die het verhaal ook weer uit zijn beleving van de werkelijkheid. Zo zijn er verschillende gekleurde werkelijkheden. Het mooie van mediation is dat je het verhaal van de andere kant hoort. Je hoort op een normale manier hoe het bij de andere partij zit. Dat geeft de bestuurder/de directie de kans om een eigen mening te vormen en je een veel beter gevoel te geven bij je eigen positie. Je kunt beter beoordelen waar de zwakke en de goede kanten in je eigen verhaal zitten.”

Bij mijn laatste vraag hoe de overheid en marktpartijen over de streep gehaald kunnen worden om mediation in te zetten komt Jos al snel tot het volgende rijtje:

  • In een mediation los je het conflict in één keer op.
  • Je geeft het goede voorbeeld.
  • Je krijgt beter zicht op je eigen positie.
  • Je procedeert alleen over de zaken waarvan je echt overtuigd bent dat jij gelijk hebt.

Is mijn argument slagroom? Heb ik het opgeklopt? Dan haal ik mijn geloofwaardigheid weg door met dat standpunt verder te gaan.

  • De investering in tijd en geld is het waard.

Morgen: Hermine van den Hoek, leefomgevingsmediator

 

Overheid en mediation

Deel 1

José Gerritse, wijkregissseur

In de serie “Overheid en mediation” interview ik José Gerritse, zij is wijkregisseur in de gemeente Ridderkerk en heeft een achtergrond als mediator. In dit interview vertelt zij over haar ervaringen en de voordelen van de combinatie wijkregisseur/mediator.

José: “Ridderkerk bestaat uit 8 kernen, het zijn ‘dorpen’ op zich. Er zijn 3 wijkregisseurs en we hebben de wijken verdeeld. De wijkregisseur is er om verbindingen te leggen tussen college, bewoners en organisatie. Ik ben verbinder voor 2 wethouders én wijkregisseur voor 2 wijken. Als verbinder staat de wethouder centraal. Voor wat er bij hem binnenkomt kan ik gevraagd worden om mensen uit de wijk in te schakelen, maar ook collega’s (vergunningverleners, RO adviseurs, verkeerskundigen) of andere organisaties (bijvoorbeeld mijn collega’s uit het leefbaarheidsteam of het waterschap). Als wijkregisseur staan mijn wijken centraal en leg ik daarvoor verbindingen.

Er is natuurlijk ook reguliere participatie. Dat doen we bijvoorbeeld via het wijkoverleg, daar zitten mensen die geïnteresseerd zijn en mee willen praten over de leefbaarheid in hun wijk.”

Welke situatie heb je gekozen om meer over te vertellen?

José:” Er was ooit een speeltuintje in één van mijn wijken. Dat was weggehaald omdat het jongeren aantrok die overlast veroorzaakten. Er kwamen nieuwe bewoners in de wijk, jonge gezinnen en zij vroegen om een speeltuintje. Daar kwam verzet tegen van de oudere bewoners. De gemeente investeert niet in een speeltuintje dat na een paar klachten weer weggehaald moet worden. Ik heb een bijeenkomst georganiseerd waarbij ik voor- en tegenstanders heb uitgenodigd. Het was vóór corona dus ik had een tafel vol. We hebben verschillende speeltuintjes getekend, zijn tot voorwaarden gekomen waar de speeltuin aan moet voldoen en de bewoners hebben afspraken gemaakt wat te doen als er overlast zou komen. We hebben ook verder gekeken, wat speelt er nog meer in de wijk en hoe ziet de toekomst eruit? Het speeltuintje is er gekomen en bovendien hebben we verkeersoplossingen gevonden voor overlast door hardrijders in de wijk.”

Hoe heb je je mediationervaring ingezet?

José:” Ik ben onafhankelijk voorzitter en begeleider van het proces. In dit geval heb ik de initiatiefnemers gevraagd om toe te lichten wat ze willen. Dat kunnen ze zelf beter vertellen dan ik, het verhaal komt recht uit het hart. Dan zie je dat mensen onder elkaar geen ruzie willen. Ruzie met de gemeente is niet erg, je kunt je lekker afzetten tegen ambtenaren (lachend), onder elkaar is vervelender. Ik ga reframen, vraag naar de belangen, waar zit de angst. Ik stel de vragen zo dat wederzijds begrip ontstaat. De andere groep had ellende meegemaakt met jongeren in het vorige speeltuintje, daar moet aandacht voor zijn.

Vertalen naar iets positiefs vind ik belangrijk. Wees blij dat je met elkaar in gesprek kunt, wees blij dat er kinderen zijn, verjonging van de wijk. Ook de mensen die er moeite mee hadden, hebben nu plezier van het speeltuintje en gaan er met de kleinkinderen naar toe. Je bent als mediator gewend om een meer dan oppervlakkig gesprek te voeren, belangen naar boven te halen en het gezamenlijk belang te vinden. Ik geef aandacht aan weerstand en vraag door als het gesprek stokt. En, de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid die je uitstraalt zijn heel belangrijk.”

Ik vind het mooi dat José vertelt dat zij als mediator niet alleen kijkt naar het gedrag van anderen maar ook naar haar eigen reactie hierop. José: “Soms word je denigrerend benaderd alsof de gemeente nooit wat goed doet. Dat roept weerstand bij me op. Dan moet ik ook mezelf in de gaten houden. Rustig blijven en goed blijven luisteren.”

Ook de persoonlijke drijfveren van José vind ik inspirerend om te vertellen. José: “Ik vind het geweldig om andere mensen te leren kennen. Ook als mensen in eerste instantie boos zijn of bang, om daar het verschil in te maken dat vind ik echt gaaf. Net zoals iedereen groei ik van een compliment. Een bewoner zei ooit tegen me dat ik menselijkheid uitstraalde in een wereld waarin menselijkheid vaak ver te zoeken is. Daar krijg ik energie van, dat motiveert om nog meer te doen.  Ik probeer niet alleen de bewoners te verbinden, ook mijn collega’s. Dat probeer ik te doen door de wederzijdse belangen zichtbaar te maken en begrip te vragen. Ik vind dat we het met elkaar moeten doen. Uiteindelijk zijn we er voor de bewoners van Ridderkerk. Je moet gaan voor het beste resultaat. Daarnaast vind ik redelijkheid heel belangrijk.”

Tussen alles door komt José ook op voor de jeugd. José: “Belangrijk is dat het gezamenlijke belang wordt gevonden. Een leuke wijk waarbij je op elkaar kunt rekenen, een leuke buurt waarin je met elkaar kunt bbq’n, waar de kinderen kunnen spelen, waar het rustig en veilig is. En …. waar jongeren ook welkom zijn. Zorg dat zij in hun eigen buurt welkom zijn, heb niet te snel een oordeel over de jongeren. Ik zie heus de problematiek, maar je moet het met elkaar oplossen. Onze partners in de wijk zijn daarbij ontzettend belangrijk. Ik wil werken aan draagvlak, dat het afspraken zijn met de hele buurt. Daarbij horen ook afspraken voor het geval het mis gaat. Kinderen in de wijk moet je zien, weten wie het zijn. Dan kun je ze aanspreken op hun gedrag. Vaak wonen ze zeker tot hun 18e in de wijk en groei je met ze mee. Als je ze kent, kun je hen èn de ouders aanspreken. Leefbaarheid, dat doe je met elkaar.”

Tips van José voor andere gemeenten:

  • Breng voor-en tegenstanders bij elkaar, luister goed, schrijf de wederzijdse belangen op een flip over;
  • Maak het schilderijtje compleet: verkeer, bomen, spelen, indeling parkeervakken, de oversteek bij de school, verkeersdrempels, insectenhotel, de voorgeschiedenis enzovoort….

Mijn (DHvZ) ervaring als mediator is dat er altijd onverwachte dingen zijn in een mediation. Ook José heeft daar als wijkregisseur een mooi voorbeeld van. José: “Voor een bijeenkomst over de herinrichting van een straat hadden 25 bewoners zich aangemeld. We zaten er uiteindelijk met 80, de beamer deed het niet, de zaal moest worden omgebouwd, extra stoelen gehaald en onaangekondigd was er een radio verslaggever bij. Gelukkig was de voorzitter van het wijkoverleg er ook bij. Ik bedacht me, waarvoor zijn we hier? Om met elkaar te praten. Ik legde mijn presentatie weg, pakte de microfoon en zei: mensen welkom, wij gaan het gesprek met u aan. Wie mag ik als eerste het woord geven? De bewoners in de zaal gingen met elkaar in gesprek. Alles werd benoemd en vanuit daar is een afvaardiging samengesteld die in kleiner verband met een verkeersdeskundige in gesprek  is gegaan.”

Met dit mooie voorbeeld van de creatieve kant van de mediator sluit ik af. Morgen: Jos van de Vijver, mediator in de bouw.

 

 

 

De interne Rijksmediator

   Zakelijk

Tijdens de week van de Mediation staat op 20 oktober van 13.30 tot 17.30 uur het Online NMv-event ‘Overheid’ op de agenda. Peter de Raaf trapt het event af met een interactieve workshop ‘Specialisten in conflict’.

Van zijn hand is ook het artikel ‘de interne rijksmediator’. Een artikel over hoe mediation en mediationtechnieken binnen de Rijksoverheid steeds meer worden erkend als zinvolle en betrouwbare instrumenten om conflicten te voorkomen of te verhelpen.

Lees hier het artikel en maak alvast kennis met Peter de Raaf!

 

De 4 Nijkerkse mediators: ,,Het geeft voldoening en het is belangrijk ervoor te zorgen dat mensen weer met elkaar praten.’’

De 4 Nijkerkse mediators: ,,Het geeft voldoening en het is belangrijk ervoor te zorgen dat mensen weer met elkaar praten.’’ (Maureen van Goethem)

Nijkerkse Mediators staan voor ieder klaar

   Zakelijk

#14 EMOTIE KOMT VAN RECHTS EN HEEFT VOORRANG

Door een paar woorden kan de vlam in de pan slaan. Aan een gemeentebalie of in de wachtkamer van een ziekenhuis. Steeds meer professionals hebben te maken met conflicten. Dat varieert van een dreigende toon, tot schelden en zelfs schoppen en slaan. Hoe ga je daar mee om? Conflict-expert Caroline Koetsenruijter biedt perspectief in haar boek ‘Jij moet je bek houden – Omgaan met boze burgers, ouders, klanten en patie?nten’.

 

Maandelijkse podcast over taal en communicatie

#14 Emotie komt van rechts en heeft voorrang

Backtracking

Met herkenbare voorbeelden schetst Koetsenruijter situaties die (dreigen) te ontsporen. In taal zijn vaak rode vlaggen te herkennen. Een man aan het gemeenteloket die zegt: jullie willen me wéér niet helpen. Daarin zit niet alleen frustratie van dat moment maar misschien wel een eerdere, vervelende ervaring met de overheid. Luisteren en rust bewaren zijn belangrijke skills op dat moment. Maar ook iemands frustratie erkennen. Herhaal daarbij zoveel mogelijk de woorden van de klant of patiënt, adviseert Koetsenruijter. Deze tactiek heet backtracking. Zo weet de ander dat die écht gehoord wordt. Het voorkomt ook dat je een eigen interpretatie aan een situatie hangt: ‘u zal wel verdrietig zijn’.

Olie op het vuur

Zo’n aanpak klinkt misschien ‘warm en fuzzy’ maar jurist Koetsenruijter pleit tegelijkertijd voor duidelijke begrenzing en zo nodig aangifte: ‘emotie mag, agressie niet’. Soms kunnen de woorden van de professional juist agressie opwekken. Bij een rechtszaak over een dodelijk ongeluk werkt afstandelijk taalgebruik voor de nabestaanden als olie op het vuur. Ook dan speelt emotie en empathie weer een rol. ‘Emoties komen van rechts en hebben voorrang’. Koetsenruijter ziet taal als hét middel tot de-escalatie. Met haar boek wil Koetsenruijter bijdragen aan minder conflicten en meer handelingsperspectief voor alle professionals die elke dag voor anderen klaarstaan.

Gast

Caroline Koetsenruijter werkt sinds 2005 fulltime als conflicthanteringsdeskundige. Ze adviseert meer dan 100 organisaties op dit thema. Caroline is mediator en heeft een achtergrond als jurist en onderzoeker. Ze is auteur van het boek Jij moet je bek houden- Omgaan met boze burgers, ouders, klanten en patie?nten’.

Host

Maria Punch is stemcoach en schrijftrainer bij BNR. Ze had eerder een eigen rubriek op BNR getiteld Alles is Taal. Maria wil alles weten over de impact en functionaliteit van de taal die we elke dag gebruiken. Zij heeft 17 jaar ervaring in de journalistiek als radionieuwslezer, redacteur, samensteller en trainer.

Overheid en mediation

Deel 2

Jos van de Vijver, mediator in de bouw

Jos van de Vijver is bouwadvocaat en mediator in de bouw. Hij volgde de hts omdat hij geïnteresseerd is in de technische kant van bouwen, door zijn eerste stage raakte hij ook geïnteresseerd voor de regels daar om heen. Hij volgde daarom ook nog de studie rechten, werd advocaat en vervolgens bedrijfsjurist. Als bedrijfsjurist stond hij aan de wieg van het NMI (nu MfN) en zag de voordelen van mediation. Hij keerde weer terug naar de advocatuur en heeft nu zijn eigen kantoor als bouw advocaat én mediator in de bouw.  Hij doet mediations waar de overheid en marktpartijen bij betrokken zijn.  Ik heb met hem een gesprek over hoe deze partijen van elkaar verschillen en hij vertelt waarom mediation doorgaans een betere keus is dan het voeren van een procedure.

 

Het thema van de Week van de mediation is “Overheid en mediation”. Is een mediation waarbij de overheid partij is anders dan een mediation tussen marktpartijen?

“De overheid is soms een Januskop. Aan de ene kant vinden ze dat partijen niet steeds het gevecht moeten aangaan. Daarbij heeft de overheid een voorbeeld functie. Maar, als ze zelf in die positie terecht komen dan gedragen ze zich soms niet als een partij die er via mediation uit wil komen. Dan wordt terug gegrepen op de regeltjes. Dat kun je de bestuurders/de ambtenaren niet altijd verwijten. Ze weten zich gebonden aan allerlei regels. Marktpartijen kunnen sneller beslissen, zij leggen alleen verantwoording af aan zichzelf of aan hun aandeelhouders. Daarbij heeft de overheid altijd te maken met de politieke achterban. Die politieke achterban is bij provincies en gemeenten prominent aanwezig, bij Rijkswaterstaat en Pro Rail minder prominent. Ook speelt de vraag of het rechtmatig en doelmatig is altijd mee. Wordt het geld doelmatig uitgegeven? Rechtmatig, is er sprake van staatssteun, strijd met aanbestedingsrecht? Dat vasthouden aan regels kan knellen met de essentie van mediation. Bij mediation kijk je niet alleen naar het recht, je kijkt ruimer, je vergroot de taart.”

 

De gebondenheid aan regels die je noemde, hoe kijk je daar als advocaat en mediator tegenaan?

”Recht is niet van God gegeven, dat hebben we zelf bedacht. Het is een poging om in de chaos structuur te brengen. Maar, naar elke regel moet je genuanceerd kijken. Hoe pakt het uit in een bepaalde situatie. Natuurlijk heb je de rechtszekerheid en het gelijkheidsbeginsel maar je moet toch altijd weer naar de situatie kijken. Is deze regel bedoeld om dit niet mogelijk te maken.”

 

Gebondenheid aan regels, de politiek, dat kan bij een marktpartij tot irritatie leiden

“Ik zeg vaak tegen marktpartijen dat ik de irritatie en de frustratie begrijp maar dat zij met deze overheid in zee zijn gegaan. Als je het allemaal oneerlijk vindt, doe dan alleen zaken met marktpartijen: een man een man een woord een woord, klap erop. Tegelijkertijd zeg ik ook tegen de overheidspartij dat zij moet probeer niet al teveel de letterknecht te zijn. Beide partijen moeten de ruimte zoeken. Bij meer- en minderwerk is de gemeentelijke ambtenaar best in staat om vast te stellen wat reëel is en wat toegekend kan worden. Daar kan de ambtenaar een beslissing over nemen, de politiek heeft hij daarbij niet nodig. Het is mijn taak als mediator om de ambtenaren daarop bevragen. Ik stel open vragen die het denkproces verdiepen. Ik doe interventies om partijen in een denkmodus te brengen. Waar zit de ruimte om te bewegen? Bij marktpartijen is het de frustratie dat, als ze overeenstemming hebben bereikt, denken dat het conflict is afgerond. Ze beseffen niet dat de overheid door het politieke element een gespleten persoonlijkheid is, een soort dr Jekyll en mr Hyde. Dat vind ik juist leuk.”

 

Hoe pak je het als mediator aan?

“Mijn stijl is dat ik pro actief ben. Soms zijn partijen onderzoek moe omdat het proces al zo lang duurt. Dan neem ik partijen apart en probeer te coachen. Ik spiegel hun gedrag en laat ze zien wat het voor effect op de andere partij heeft. Ik heb in een mediation ook weleens een niet-bindend advies ingelast. Bijvoorbeeld als feitelijk moet worden vastgesteld of iets in het bestek zit of niet. Daar liet ik een derde een beslissing over nemen toen partijen er zelf niet uitkwamen. Ik had een korte procedure omschrijving gemaakt waar partijen mee instemden. Zo konden ze in de procedure vertellen waarom ze A of B vonden. De niet-bindend adviseur heeft toen een mondelinge behandeling gehouden en gezegd je hebt met A gelijk maar, je moet het wel bewijzen. Dat gaf voor beide partijen duidelijkheid.” Later in het interview vult Jos dit nog aan: “Ik ben ervan overtuigd dat de kosten die je in een mediation maakt en de tijd die je erin steekt om informatie te toetsen en inzicht te krijgen waardevol zijn om je eigen verhaal goed te krijgen. Die investering is nooit weggegooid. Het leidt uiteindelijk ook tot een betere lijn in een mogelijke procedure, je weet welke argumenten je moet aanvoeren.“

 

Tijdens het gesprek komt Jos tot een mooie beschrijving over beeldvorming.

Jos: ”Iedere beroepsgroep heeft een beeld: ambtenaren zijn saai, aannemers zijn foute jongens. Leg dat naast je neer. Iedereen wil tot een oplossing komen. Als een mediation goed gaat dan zie je ook dat partijen elkaar respecteren en over die beeldvorming heen stappen. Er ontstaat begrip voor elkaars positie. Ik had ooit aan de mediationtafel een wethouder die zelf ondernemer was geweest, die begreep de andere partij. Dan heb je een heel ander gesprek dan met een wethouder met alleen een politieke achtergrond. Marktpartijen die naast hun bedrijf fractie voorzitter zijn hebben ook eerder begrip voor de situatie waar de andere partij mee zit. Over het algemeen kom je er dan makkelijker uit. Ze weten van elkaar waar ze mee thuis moeten komen en denken mee. Het heeft allemaal met mensen te maken. Niemand is tegen een gesprek maar “The proof is in the eating of the pudding”. Als het daadwerkelijk tot een gesprek moet komen dan moeten er mensen zitten die het ook willen oplossen.”

 

Ook over verschillende werkelijkheden heeft Jos een mooie bespiegeling.

“Je leert als bestuurder/directie tijdens de mediation veel beter wat er gebeurd is. De projectteams hebben met elkaar gevochten en de bestuurder/directie krijgt alleen maar de werkelijkheid te horen die hun eigen mensen vertellen. Dat is een eenzijdig verhaal. Als zij hun verhaal vertellen aan de advocaat of de bedrijfsjurist dan vertaalt die het verhaal ook weer uit zijn beleving van de werkelijkheid. Zo zijn er verschillende gekleurde werkelijkheden. Het mooie van mediation is dat je het verhaal van de andere kant hoort. Je hoort op een normale manier hoe het bij de andere partij zit. Dat geeft de bestuurder/de directie de kans om een eigen mening te vormen en je een veel beter gevoel te geven bij je eigen positie. Je kunt beter beoordelen waar de zwakke en de goede kanten in je eigen verhaal zitten.”

 

Bij mijn laatste vraag hoe de overheid en marktpartijen over de streep gehaald kunnen worden om mediation in te zetten komt Jos al snel tot het volgende rijtje:

  • In een mediation los je het conflict in één keer op.
  • Je geeft het goede voorbeeld.
  • Je krijgt beter zicht op je eigen positie.
  • Je procedeert alleen over de zaken waarvan je echt overtuigd bent dat jij gelijk hebt.

Is mijn argument slagroom? Heb ik het opgeklopt? Dan haal ik mijn geloofwaardigheid weg door met dat standpunt verder te gaan.

  • De investering in tijd en geld is het waard.

 

Morgen: Hermine van den Hoek, leefomgevingsmediator

 

Overheid en mediation

Deel 1

José Gerritse, wijkregissseur

 

In de serie “Overheid en mediation” interview ik José Gerritse, zij is wijkregisseur in de gemeente Ridderkerk en heeft een achtergrond als mediator. In dit interview vertelt zij over haar ervaringen en de voordelen van de combinatie wijkregisseur/mediator.

 

José: “Ridderkerk bestaat uit 8 kernen, het zijn ‘dorpen’ op zich. Er zijn 3 wijkregisseurs en we hebben de wijken verdeeld. De wijkregisseur is er om verbindingen te leggen tussen college, bewoners en organisatie. Ik ben verbinder voor 2 wethouders én wijkregisseur voor 2 wijken. Als verbinder staat de wethouder centraal. Voor wat er bij hem binnenkomt kan ik gevraagd worden om mensen uit de wijk in te schakelen, maar ook collega’s (vergunningverleners, RO adviseurs, verkeerskundigen) of andere organisaties (bijvoorbeeld mijn collega’s uit het leefbaarheidsteam of het waterschap). Als wijkregisseur staan mijn wijken centraal en leg ik daarvoor verbindingen.

Er is natuurlijk ook reguliere participatie. Dat doen we bijvoorbeeld via het wijkoverleg, daar zitten mensen die geïnteresseerd zijn en mee willen praten over de leefbaarheid in hun wijk.”

 

Welke situatie heb je gekozen om meer over te vertellen?

José:” Er was ooit een speeltuintje in één van mijn wijken. Dat was weggehaald omdat het jongeren aantrok die overlast veroorzaakten. Er kwamen nieuwe bewoners in de wijk, jonge gezinnen en zij vroegen om een speeltuintje. Daar kwam verzet tegen van de oudere bewoners. De gemeente investeert niet in een speeltuintje dat na een paar klachten weer weggehaald moet worden. Ik heb een bijeenkomst georganiseerd waarbij ik voor- en tegenstanders heb uitgenodigd. Het was vóór corona dus ik had een tafel vol. We hebben verschillende speeltuintjes getekend, zijn tot voorwaarden gekomen waar de speeltuin aan moet voldoen en de bewoners hebben afspraken gemaakt wat te doen als er overlast zou komen. We hebben ook verder gekeken, wat speelt er nog meer in de wijk en hoe ziet de toekomst eruit? Het speeltuintje is er gekomen en bovendien hebben we verkeersoplossingen gevonden voor overlast door hardrijders in de wijk.”

 

Hoe heb je je mediationervaring ingezet?

José:” Ik ben onafhankelijk voorzitter en begeleider van het proces. In dit geval heb ik de initiatiefnemers gevraagd om toe te lichten wat ze willen. Dat kunnen ze zelf beter vertellen dan ik, het verhaal komt recht uit het hart. Dan zie je dat mensen onder elkaar geen ruzie willen. Ruzie met de gemeente is niet erg, je kunt je lekker afzetten tegen ambtenaren (lachend), onder elkaar is vervelender. Ik ga reframen, vraag naar de belangen, waar zit de angst. Ik stel de vragen zo dat wederzijds begrip ontstaat. De andere groep had ellende meegemaakt met jongeren in het vorige speeltuintje, daar moet aandacht voor zijn.

Vertalen naar iets positiefs vind ik belangrijk. Wees blij dat je met elkaar in gesprek kunt, wees blij dat er kinderen zijn, verjonging van de wijk. Ook de mensen die er moeite mee hadden, hebben nu plezier van het speeltuintje en gaan er met de kleinkinderen naar toe. Je bent als mediator gewend om een meer dan oppervlakkig gesprek te voeren, belangen naar boven te halen en het gezamenlijk belang te vinden. Ik geef aandacht aan weerstand en vraag door als het gesprek stokt. En, de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid die je uitstraalt zijn heel belangrijk.”

 

Ik vind het mooi dat José vertelt dat zij als mediator niet alleen kijkt naar het gedrag van anderen maar ook naar haar eigen reactie hierop. José: “Soms word je denigrerend benaderd alsof de gemeente nooit wat goed doet. Dat roept weerstand bij me op. Dan moet ik ook mezelf in de gaten houden. Rustig blijven en goed blijven luisteren.”

 

Ook de persoonlijke drijfveren van José vind ik inspirerend om te vertellen. José: “Ik vind het geweldig om andere mensen te leren kennen. Ook als mensen in eerste instantie boos zijn of bang, om daar het verschil in te maken dat vind ik echt gaaf. Net zoals iedereen groei ik van een compliment. Een bewoner zei ooit tegen me dat ik menselijkheid uitstraalde in een wereld waarin menselijkheid vaak ver te zoeken is. Daar krijg ik energie van, dat motiveert om nog meer te doen.  Ik probeer niet alleen de bewoners te verbinden, ook mijn collega’s. Dat probeer ik te doen door de wederzijdse belangen zichtbaar te maken en begrip te vragen. Ik vind dat we het met elkaar moeten doen. Uiteindelijk zijn we er voor de bewoners van Ridderkerk. Je moet gaan voor het beste resultaat. Daarnaast vind ik redelijkheid heel belangrijk.”

 

Tussen alles door komt José ook op voor de jeugd. José: “Belangrijk is dat het gezamenlijke belang wordt gevonden. Een leuke wijk waarbij je op elkaar kunt rekenen, een leuke buurt waarin je met elkaar kunt bbq’n, waar de kinderen kunnen spelen, waar het rustig en veilig is. En …. waar jongeren ook welkom zijn. Zorg dat zij in hun eigen buurt welkom zijn, heb niet te snel een oordeel over de jongeren. Ik zie heus de problematiek, maar je moet het met elkaar oplossen. Onze partners in de wijk zijn daarbij ontzettend belangrijk. Ik wil werken aan draagvlak, dat het afspraken zijn met de hele buurt. Daarbij horen ook afspraken voor het geval het mis gaat. Kinderen in de wijk moet je zien, weten wie het zijn. Dan kun je ze aanspreken op hun gedrag. Vaak wonen ze zeker tot hun 18e in de wijk en groei je met ze mee. Als je ze kent, kun je hen èn de ouders aanspreken. Leefbaarheid, dat doe je met elkaar.”

 

Tips van José voor andere gemeenten:

  • Breng voor-en tegenstanders bij elkaar, luister goed, schrijf de wederzijdse belangen op een flip over;
  • Maak het schilderijtje compleet: verkeer, bomen, spelen, indeling parkeervakken, de oversteek bij de school, verkeersdrempels, insectenhotel, de voorgeschiedenis enzovoort….

 

Mijn (DHvZ) ervaring als mediator is dat er altijd onverwachte dingen zijn in een mediation. Ook José heeft daar als wijkregisseur een mooi voorbeeld van. José: “Voor een bijeenkomst over de herinrichting van een straat hadden 25 bewoners zich aangemeld. We zaten er uiteindelijk met 80, de beamer deed het niet, de zaal moest worden omgebouwd, extra stoelen gehaald en onaangekondigd was er een radio verslaggever bij. Gelukkig was de voorzitter van het wijkoverleg er ook bij. Ik bedacht me, waarvoor zijn we hier? Om met elkaar te praten. Ik legde mijn presentatie weg, pakte de microfoon en zei: mensen welkom, wij gaan het gesprek met u aan. Wie mag ik als eerste het woord geven? De bewoners in de zaal gingen met elkaar in gesprek. Alles werd benoemd en vanuit daar is een afvaardiging samengesteld die in kleiner verband met een verkeersdeskundige in gesprek  is gegaan.”

 

Met dit mooie voorbeeld van de creatieve kant van de mediator sluit ik af. Morgen: Jos van de Vijver, mediator in de bouw.

 

 

 

De interne Rijksmediator

   Zakelijk

Tijdens de week van de Mediation staat op 20 oktober van 13.30 tot 17.30 uur het Online NMv-event ‘Overheid’ op de agenda. Peter de Raaf trapt het event af met een interactieve workshop ‘Specialisten in conflict’.

Van zijn hand is ook het artikel ‘de interne rijksmediator’. Een artikel over hoe mediation en mediationtechnieken binnen de Rijksoverheid steeds meer worden erkend als zinvolle en betrouwbare instrumenten om conflicten te voorkomen of te verhelpen.

Lees hier het artikel en maak alvast kennis met Peter de Raaf!

 

De 4 Nijkerkse mediators: ,,Het geeft voldoening en het is belangrijk ervoor te zorgen dat mensen weer met elkaar praten.’’

De 4 Nijkerkse mediators: ,,Het geeft voldoening en het is belangrijk ervoor te zorgen dat mensen weer met elkaar praten.’’ (Maureen van Goethem)

Nijkerkse Mediators staan voor ieder klaar

   Zakelijk

#14 EMOTIE KOMT VAN RECHTS EN HEEFT VOORRANG

Door een paar woorden kan de vlam in de pan slaan. Aan een gemeentebalie of in de wachtkamer van een ziekenhuis. Steeds meer professionals hebben te maken met conflicten. Dat varieert van een dreigende toon, tot schelden en zelfs schoppen en slaan. Hoe ga je daar mee om? Conflict-expert Caroline Koetsenruijter biedt perspectief in haar boek ‘Jij moet je bek houden – Omgaan met boze burgers, ouders, klanten en patie?nten’.

 

Maandelijkse podcast over taal en communicatie

#14 Emotie komt van rechts en heeft voorrang

Backtracking

Met herkenbare voorbeelden schetst Koetsenruijter situaties die (dreigen) te ontsporen. In taal zijn vaak rode vlaggen te herkennen. Een man aan het gemeenteloket die zegt: jullie willen me wéér niet helpen. Daarin zit niet alleen frustratie van dat moment maar misschien wel een eerdere, vervelende ervaring met de overheid. Luisteren en rust bewaren zijn belangrijke skills op dat moment. Maar ook iemands frustratie erkennen. Herhaal daarbij zoveel mogelijk de woorden van de klant of patiënt, adviseert Koetsenruijter. Deze tactiek heet backtracking. Zo weet de ander dat die écht gehoord wordt. Het voorkomt ook dat je een eigen interpretatie aan een situatie hangt: ‘u zal wel verdrietig zijn’.

Olie op het vuur

Zo’n aanpak klinkt misschien ‘warm en fuzzy’ maar jurist Koetsenruijter pleit tegelijkertijd voor duidelijke begrenzing en zo nodig aangifte: ‘emotie mag, agressie niet’. Soms kunnen de woorden van de professional juist agressie opwekken. Bij een rechtszaak over een dodelijk ongeluk werkt afstandelijk taalgebruik voor de nabestaanden als olie op het vuur. Ook dan speelt emotie en empathie weer een rol. ‘Emoties komen van rechts en hebben voorrang’. Koetsenruijter ziet taal als hét middel tot de-escalatie. Met haar boek wil Koetsenruijter bijdragen aan minder conflicten en meer handelingsperspectief voor alle professionals die elke dag voor anderen klaarstaan.

Gast

Caroline Koetsenruijter werkt sinds 2005 fulltime als conflicthanteringsdeskundige. Ze adviseert meer dan 100 organisaties op dit thema. Caroline is mediator en heeft een achtergrond als jurist en onderzoeker. Ze is auteur van het boek Jij moet je bek houden- Omgaan met boze burgers, ouders, klanten en patie?nten’.

Host

Maria Punch is stemcoach en schrijftrainer bij BNR. Ze had eerder een eigen rubriek op BNR getiteld Alles is Taal. Maria wil alles weten over de impact en functionaliteit van de taal die we elke dag gebruiken. Zij heeft 17 jaar ervaring in de journalistiek als radionieuwslezer, redacteur, samensteller en trainer.

I am text block. Click edit button to change this text. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.